Vier vragen aan virologen

Jullie zijn wetenschappers maar wel zonder veel wetenschap over dit specifieke virus. Dat is geen verwijt. Zoals M. Van Ranst in een De Afspraak beaamde hebben jullie vooralsnog misschien maar 20% van alle data. Het feit dat jullie er, desondanks, toch in geslaagd zijn ons te helpen deze epidemie binnen werkbare proporties te houden verdient een pluim. In geen geval moeten we jullie achteraf, wanneer 100% van de data er zijn, bekritiseren want de beste stuurlui staan niet zozeer aan wal: ze beginnen pas met sturen nadat het ongeval heeft plaatsgevonden. Dat gezegd zijnde zijn jullie wetenschappers en willen jullie dus wel tot die 100% geraken. Het moet me van het hart dat, in alle hectiek van de crisis, jullie wat van dit pad zijn afgedwaald (of eerder: door omstandigheden zijn afgehaald). Jullie werden meer ingeschakeld over emoties en minder bevraagd over de feiten. Dit stuk om, met het oog op de komende fase, via vier concrete vragen iedereen bij hun leest te krijgen.
  1. Moet het doel van de exit strategie niet van buiten de wetenschap komen?

Het is duidelijk dat we niet op een vaccin moeten rekenen voor pakweg 2021. Maar het is onduidelijk wat het doel van de exit strategie tot dan is. Moeten we infecties op nul krijgen en ze daar houden, zoals China het blijkbaar doet? Moeten we het aantal infecties slechts controleren op een niveau dat houdbaar is voor onze ziekenhuiscapaciteit? Willen we voor deze hele periode restricties aanvaarden zoals de ‘anderhalve meter’-economie of het niet bezoeken van mensen uit een kwetsbare populatie? Deze vragen zijn, denk ik, vragen die een politiek element hebben en dus vragen om een democratisch debat. Zoals Macron het zei: Europa is China niet en dat is iets waar we trots op moeten zijn. Deze eerste vraag is dan ook een vraag tot verheldering. Zijn jullie het ermee eens dat het beter is om niet vast te zitten in het raden naar draagvlak maar de verschillende keuzes duidelijk voor te leggen aan onze democratische besluitvorming en van daaruit te kijken hoe dat doel best bereikt kan worden? Ikzelf prefereer een zo snel mogelijk schakelen naar het oude normaal (met zo weinig mogelijk blijvend opgelegde gedragsverandering) binnen wat onze ziekenhuizen aankunnen. Uiteraard zal dit een iteratief proces zijn want niet alles zal mogelijk zijn; soms omwille van feitelijke beperkingen, soms omwille van ethische beperkingen (zie volgende vraag). Het is niet omdat ieder zijn leest heeft dat we niet samen de les moeten maken. Ik vraag slechts bevestiging dat het jullie wetenschappelijke werk makkelijker zou maken als jullie input zouden krijgen van wat we uiteindelijk willen bereiken.

  1. Is er geen verschil tussen ethische, economische en virologische vraagstukken?

Een deel van de politiek-democratische afweging is welk risico we willen nemen. Dit risico kan niet nul zijn. Dat zou inhouden dat we het Chinese scenario bij voorbaat omarmen. En inhouden dat fysieke gezondheid onze absolute waarde is. Dat dit niet zo is, is duidelijk uit het feit dat we, bijvoorbeeld aan ‘contact tracing’, limieten willen stellen. En uit het feit dat er economen zitten in de exit strategie werkgroep. Dat laatste verduidelijkt mijn vraag. Het lijkt me immers dat burgers niet te reduceren zijn tot een biologische en een economische component. Er zijn grondwaarden die we willen bewaken. Waar zelfs geen democratische meerderheid mee te sollen heeft. Terecht zei M. Van Ranst, in een andere De Afspraak, dat het één ding is om een groep een risico te laten lopen op infectie en een ander ding om mensen bewust te infecteren, zelfs al lopen ze maar een klein risico. Daar hoor je Hippocrates in. Virologen zijn immers ook maar dokters. Ook E. Vlieghe zei, in een artikel van De Standaard iets gelijkaardigs als antwoord op het ‘Hotel Corona’ scenario. In dit scenario laten mensen die niet tot een risicogroep behoren zich op een gecontroleerde (en vrijwillige!) manier besmetten waarna ze 2 weken in quarantaine gaan. Een persoonlijk risico met een collectieve meerwaarde via een bijdrage aan groepsimmuniteit. Hippocrates heeft daar wel wat problemen mee maar dat stelt mijn vraag dan ook op scherp: is het niet zo dat er hier ethische afwegingen moeten gemaakt worden waar de deontologie van één beroepsgroep niet bij voorbaat tot alleenzaligmakend mag uitgeroepen worden? Als P. Van Damme stelt dat er een argument is voor het openen van scholen voor kleuters omdat het de groepsimmuniteit bevordert én tegelijk weinig gezondheidsrisico oplevert dan is dat een eerbare opmerking. Toch zou het dan goed zijn om deontologie van de dokter af te wegen tegen die van de schooldirecteur, niet? Vandaar mijn vraag: zou het jullie niet heel wat van jullie toch kostbare energie besparen als jullie het gewicht van dit soort vraagstukken niet alleen moeten schouderen? Energie die jullie dan kunnen steken in de virologische feiten? Wat me brengt tot de derde vraag.

  1. Hoe zit dat nu met (groeps)immuniteit?

We weten dat er politici zijn die zich idioot gedroegen door kudde immuniteit te bepleiten. Dit betekent echter niet dat we nu voor iets dat zo belangrijk is moeten beschouwd worden als schapen die niet mee kunnen denken. Groepsimmuniteit is een beetje een onderzeeër geworden. Zoals blijkt uit wat P. Van Damme zegt is het zeker een factor die meespeelt in de virologische modellen. De vraag is hoe. Het is vooral hier dat veel data vooralsnog niet beschikbaar zijn. Dat begrijp ik. In De Standaard stond onlangs een artikel naar aanleiding van Duits onderzoek. In de regionale hotspot ‘Gangelt’ waren – begin april – ongeveer 15% mensen COVID-19 immuun na test op antilichamen. Hoewel de titel van het artikel luidde dat groepsimmuniteit dus een verre droom was (iets wat het toch al een positiever concept maakt) vonden de Duitse onderzoekers dit een betekenisvolle stap naar groepsimmuniteit. Wat is het nu? Een mooie maar helaas onhaalbare droom? Of een nachtmerrie die alleen door ongevoeligen besproken wordt? Of een moeilijk maar ultiem wel haalbaar alternatief? Dit zijn vragen waar de virologische feiten uitmaken. En, vermits het feiten zijn die tegelijk uitmaken met betrekking tot de afwegingen in vragen 1 en 2, lijkt het me relevant dat jullie de feiten hier voor iedereen, zo helder als mogelijk, op een rijtje zetten (op zijn minst is dat een constructievere bijdrage dan de tiende discussie over mondkapjes!). Is het zo dat 15% immuniteit in de bevolking geen impact heeft op hoe snel een volgende opstoot is? Is het zo dat we ons zorgen moeten maken dat zelfs individuele immuniteit gegarandeerd is? Als dat laatste fake news is – zoals S. Van Gucht zei maar wat H. Goossens blijkbaar betwijfelt – dan kunnen de van COVID-19 herstelde bejaarden tenminste al bezoek krijgen of kan er voor anderen toch alweer een knuffel komen van kinderen die van COVID-19 hersteld zijn. Om maar te zeggen dat het hier niet alleen maar gaat over de haalbaarheid van iets als de ‘Hotel Corona’-optie. Wat me brengt bij de laatste vraag die, na het bovenstaande, hopelijk niet veel extra duiding behoeft..

  1. Is intellectuele hygiëne niet het medicijn tegen viraal gaan van verlammende angst?

Ik begrijp het: het was even alle hens aan dek. Bij gebrek aan veel specifieke virologische feiten moesten jullie wel snel schakelen naar vermaningen gebaseerd op algemene kennis die virologen hebben over epidemieën. Maar nu de exponentiële groei van het virus terug in zijn kot is, is het risico dat de vrees voor het virus dit soort groei heeft overgenomen. Dat we dus alleen nog doemscenario’s zien en niet meer uit ons kot durven komen. Misschien zelfs hunkeren naar sterke leiders of strakke regimes die voor ons bepalen wat kan en niet kan (bijvoorbeeld op basis van wat de wetenschappelijke experts zeggen). Mijn vraag is of deze epidemie van angst niet ook kan bestreden worden in de geest van maatregelen van fysieke hygiëne: de intellectuele hygiëne waar iedereen zich concentreert op de specifieke feiten van haar eigen vakgebied met de nodige afstand en respect voor de expertise op de andere domeinen (en dus niet alleen virologie en economie!). Dat staat betrokkenheid niet in de weg: de uiteindelijke beslissingen nemen we dan gewoon met z’n allen, zoals we het hier nu eenmaal gewoon zijn.

One response to “Vier vragen aan virologen

  1. Wat als de mensen griep krijgen ook jongeren en dat in combinatie met covid?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s